Krimpen aan de Lek, thuishaven van reders en zeevarenden

Dit dorpje, 10 km van Rotterdam, is eeuwenlang de thuishaven van het geslacht Hoogerzeil. Dit geslacht levert niet minder dan elf schippers en acht commandeurs. Allereerst voor schepen die vanaf 1663 op haringvangst gaan. Daarna van 1714 tot 1786 wordt er gevaren met fluitschepen, naar het hoge noorden om op walvissen te jagen, voor Rederij Van Holst. Ondanks al deze activiteiten blijft het een klein dorpje, enigszins afgelegen, met behalve wat weggetjes richting boerenland, alleen een ‘weg’ over de dijk. Bij ijsgang op de rivier is zelfs de verbinding met Rotterdam verbroken.

Pieter van der Hoog wordt op 24 december 1835 geboren als zoon van een welgestelde boerenfamilie. In 1833 is A. Hoorweg hoofdonderwijzer op de openbare lagere school. Tussen de lessen door geeft hij ook zeevaartkunde. Hierdoor is Pieter zijn belangstelling zeker getrokken, want al op 13-jarige leeftijd, in 1848, gaat hij naar zee. Dit bijkt de start te zijn van een prachtige carrière. Reeds in 1859 is Van der Hoog 2e stuurman en twee jaar later wordt hij 1ste stuurman.

In 1857 opent A. Hoorweg aan de Dorpsstraat in Krimpen aan de Lek een druk bezochte en goed bekend staande particuliere Zeevaartkundigeschool. Een gehele reeks van stuurlieden en kapiteins heeft zich hier op examens voorbereid. Tevens is hij auteur van twee gedegen zeevaartkundige boeken. Uit 1839: ‘Kort begrip der stuurmanskunst’. En uit 1848: ‘Gronden der Zeevaartkunde’.

Op 28 jarige leeftijd wordt Pieter van der Hoog door rederij J.H. von Santen, gevestigd op het terrein van J. & K. Smit Jz. in Krimpen aan de Lek, aangesteld als kapitein op de nieuwe 746 tons houten bark BASTIAAN POT, gebouwd aan de overkant van de Lek te Elshout, nu Kinderdijk. Met deze bark vaart hij ondermeer naar Melbourne en naar Panaroekan in Indonesië. Vandaar maakt hij een rit per paard (zijn boerenafkomst niet verloochende) naar Soerabaja om voor lading te telegraferen. De wereldreiziger komt terug met een lading rijst omdat hij de prijs voor het vervoeren van een lading suiker vanuit Java te laag vindt.

Pieter van der Hoog

Pieter V.D. Hoog 1835-1906

Kornelis Smit Jz.

K. Smit Jz.

Tussen 1867 en 1872 vaart Van der Hoog op het nieuwe houten fregat ANTJE van 756 ton, ook voor reder Von Santen. Als in 1873 de echtgenote van Van der Hoog komt te overlijden, blijft hij aan wal en treedt op als rechterhand van Von Santen. Twee jaar later kan hij de zorg voor zijn kinderen overlaten aan zijn tweede vrouw en stapt weer op de ANTJE als kapitein en maakt nog één reis.

Als in 1877 de heer J.H. von Santen overlijdt, wordt Pieter van der Hoog tot reder benoemt over de BASTIAAN POT en de ANTJE en zo ontstaat REDERIJ PIETER VAN DER HOOG.

De rederijvlag is uitgevoerd in wit met in het midden een rode vijfpuntige ster. In 1879 koopt hij de clipper LICHTSTRAAL van 1500 ton. De naam ANTJE wordt in 1880 omgedoopt naar de naam van zijn echtgenote MARTINA JOHANNA. In dat zelfde jaar wordt de BASTIAAN POT verkocht. Vanaf 1881 begint Van der Hoog aan ijzeren schepen te denken, hetgeen resulteert in een bouwprogramma van drie schepen van 1884 tot 1886.

Allereerst de AMICITIA. Een ijzeren driemastbark van 1113 ton. Gebouwd bij Rijkee & Co. te Rotterdam voor ƒ 90.000. Varend onder Kaptein T. Pronker. Op 19 maart 1903 is deze, komende van Yew York, geladen met nafta in de haven van Bordeaux ontploft. Er vielen drie gewonden maar uiteindelijk zijn allen behouden thuis gekomen.

Vanaf 1885 zullen alle schepen nu gebouwd worden bij Jan & Kornelis Smit Jz. aan de Rijsdijk. Deze scheepswerf te Krimpen aan de Lek is in 1854 opgericht, de directie wordt gevoerd door Kornelis Smit Jz. en ligt tegenover het woonhuis van Van der Hoog. Op deze scheepswerf is ook het rederijkantoor gevestigd van K. Smit Jz.

Als tweede in de serie van drie wordt de KRIMPEN AAN DE LEK, eveneens een driemastbark, op stapel gezet. Na diverse zeereizen slaat het op 24 juli 1902 tegen de rotsen bij straat Torres, Australië. De bemanning keert behouden terug.

de driemastbark Krimpen aan de Lek

De driemastbark KRIMPEN AAN DE LEK

De derde ijzeren driemastbark ANNA ALEIDA van 1102 ton wordt in 1886 opgeleverd. In december 1888, op weg van Yew York naar Hull, moet de bemanning het schip in zinkende toestand verlaten. Later is het weer opgekalefaterd en heeft nog enige tijd gevaren en is daarna verkocht. De ANTJE, omgedoopt tot MARTINA JOHANNA, en de LICHTSTRAAL zijn in 1885 reeds verkocht, zodat de rederij daarna nog drie ijzeren barken in de vaart heeft.

De GEERTRUIDA GERARDA een stalen driemastbark wordt in 1890 op stapel gezet. 1364 ton. In 1902, na vele zeereizen, is deze bark onderweg van Soerabaja naar Australië. Daar het zonder lading is, vaart het onder modderbalast. Onder zwaar weer is deze gevaarlijke maar goedkope ballast gaan schuiven, hierdoor maakte de bark zwaar slagzij. Het schip wordt verlaten en is later in de buurt van Mauritius gezonken.

In 1892 komt de stalen driemastbark MARTINA JOHANNA in de vaart, groot 1360 ton. Rond 1897 is het op weg van Yew York naar Anjer op Java. Men probeert Kaap Hoorn bij Zuid-Amerika te ronden en zo westwaarts naar Java te varen. Door langdurige tegenwinden lukt dit niet, waardoor men genoodzaakt is te keren en via Kaap de Goede Hoop bij Afrika te varen. Uiteindelijk lukt dit. Doordat al die tijd van het schip niets werd vernomen, dacht men dat het niet meer terug zou keren. Echter na 171 dagen komt het de bestemmingshaven binnenvaren. In 1905 is deze bark verkocht.

De Martina Johanna vlak voor de tewaterlating

De MARTINA JOHANNA vlak voor de tewaterlating

Ondanks dat de stoomvaart meer en meer zijn intrede doet, is er nog zoveel vertrouwen bij Pieter van der Hoog en niet te vergeten Jan en Kornelis Smit Jz., dat in 1891 opdracht wordt gegeven tot de bouw van de JEANNETTE FRANCOISE, dan de grootste viermastbark van Nederland, 2300 ton. Deze wordt onder grote belangstelling in 1892 tewatergelaten.

Tewaterlating van de viermastbark Jeannette Francoise

Tewaterlating van de viermastbark JEANNETTE FRANCOISE

Een ooggetuigeverslag:

Woensdag, 30 november 1892, een dichte mensenmassa op de werf van J. en K. Smit Jz. aan de Rijsdijk te Krimpen aan de Lek. Vol bewondering staart zij op naar de kolossus die zich als een reus boven zijn omgeving verheft. Met geestdrift wacht de menigte het beslissend ogenblik af, waarop het trotse zeekasteel voor de eerste maal de wateren zal splijten. Sierlijk van vorm in hare élégance en interessante grootheid, staat zij te pronken. Er klinken doffe slagen, onder diepe stilte, met vaste gang en dan onder donderend hoera, glijdt het grootste zeilschip van Nederland, majesteus de vloed in, om door eigen kracht de wateren om haar steven te doen spatten en Neerlands vloot is opnieuw verrijkt met een der schoonheden.

Na een aantal reizen naar de Oost wordt dit schip verkocht in 1910.

Omdat het nog altijd groter kan, wordt op 27 september 1902 de kiel gelegd voor een tweede viermastbark, eveneens genaamd GEERTRUIDA GERARDA, groot 2404 ton. De tewaterlating heeft op 19 november 1904 plaats, onder enorme belangstelling aan beide zijden van de rivier. Deze gebeurtenis is verfilmd, later krijgt het personeel de film te zien in het Casino te Rotterdam.

Om een idee te krijgen hoe groot dit schip is, volgen enkele maten: lengte 85 m, breedte 13,60 m en de hoogte 8,25 m. Grote mast 32,5 m. De breedte van de hoogste ra 13,60 m, de op één na hoogste ra 16,5 m, de middelste ra 20 meter, de op één na onderste ra 22,05 m en de onderste ra 27,20 m.

Het boegbeeld is bijzonder, het bestaat uit twee zeemeerminnen die het wapen van Krimpen aan de Lek dragen. De eerste reis vangt aan op 20 april 1905, geladen met stukgoed van Rotterdam naar Batavia. De bemanning bestaat uit 25 koppen en 4 stuurmanslieden, onder bevel van kapitein J. Kuipers.

De viermastbark Geertruida Gerarda

De viermastbark GEERTRUIDA GERARDA

Op 4 september 1904* komt de heer P. van der Hoog te overlijden. Hij ligt begraven in een grafkelder, centraal op de Algemene Begraafplaats aan de Molenweg te Krimpen aan de Lek.
*1906 volgens de Burgerlijke Stand, met dank aan Riet van Cappellen-van der Hoog

Hij had diverse functies:
President-directeur van W. Bus Stoombootmaatschappij te Haarlem. Deze onderhield Beurtvaarten op Amsterdam en omstreken.
Lid Provinciale Staten van Zuid-Holland.
Secretaris van de Nutsspaarbank te Nieuw-Lekkerkland, afd. Krimpen aan de Lek.
Mede-oprichter en secretaris van ijsclub Thialf Krimpen aan de Lek.
Mede-oprichter van de sociëteit de Harmonie Krimpen aan de Lek.
Directeur van Reederij Op De Lek.
Mede-oprichter van De Vereeniging van Nederlandsche Reeders van Zeilschepen in de Groote en Atlantische Vaart.

De rederij gaat na het overlijden van Van der Hoog over in handen van Cornelis J. Lels. Op het achterschip werd de naam van de thuishaven gewijzigd van ‘Krimpen aan de Lek’ in ‘Rotterdam’.

konvooi van de dagelijkse dienst op Amsterdam in de winter van 1929

Een konvooi van de dagelijkse dienst op Amsterdam in de winter van 1929.
Het voorste schip is het ss P. v.d. HOOG.

 

Met dank aan:

HET BARKSCHIP AMICITIA door T.F.J. Pronker.
KRIMPEN AAN DE LEK DOOR DE EEUWEN HEEN door L. Boon.
NEDERLANDSE ZEILSCHEPEN 1813-1880 door Smit en Hacquebord.

Terug naar boven